Goes

Stad en gemeente op Zuid-Beveland. De gemeente bestaat sinds de gemeentelijke herindeling van Zuid-Beveland in 1971 uit de stad Goes, de voormalige gemeenten Kloetinge (inclusief o.a. delen van de gehuchten De Groe en Abbekinderen), Kattendijke (inclusief het dorp Wilhelminadorp en o.a het gehucht Monnikendijk ) en Wolphaartsdijk en de dorpen 's-Heer Arendskerke en 's-Heer Hendrikskinderen van de voormalige gemeente 's-Heer Arendskerke.
De stad Goes is gelegen in de Breedewatering. Mijn Zuid-Bevelandse voorouders uit de negentiende en twintigste eeuw woonden allemaal op het platteland of in de dorpen. Dat Goes toch een aantal malen in de kwartierstaten opduikt komt omdat Goes als streekcentrum ook de vestingplaats van de ziekenhuizen was. Eerst het Gasthuis en sinds 1927 ook het katholieke Sint-Joannaziekenhuis. Verder had Goes ook een aantal verpleeghuizen.

Maijke Lievens Clercks werd rond 1640 te Goes geboren. Haar zoon Lieven Soutendam ging op 14 februari 1699 te Goes in ondertrouw met zijn eerste vrouw Adriaantje Joos. Lieven woonde zowel met zijn eerste vrouw als met zijn tweede vrouw Cornelia Pieters (ging op 1 februari 1721 te Goes in ondertrouw met Pieter Ferdinandusse) enige jaren te Goes. Lieven en Cornelia's dochter Maatje Lievense Zoutendam werd op 24 februari 1718 te Goes geboren en trouwde daar op 21 september 1733 met Anthonij Natanaelsz Hoebeke.
Adriaen Cornelisse Noorthoeck en Jacobmijnke Adriaens trouwden op 13 december 1641 te Goes.
Dina Nathanaels van de Velde werd op 24 juni 1643 te Goes gedoopt en ging op 5 juli 1664 te Goes in ondertrouw met Willem Anthonissen Hoebeke.
Jan Willemse Almekinders en Janneken Jacobse Beck gingen op 10 september 1661 te Goes in ondertrouw.
Cornelius Jacobse Boonman en Catharina Adriaanse Raas trouwden op 28 april 1697 (rk) te Goes.
Johanna Françoise de Wijn werd op 28 juni 1697 te Goes gedoopt (rk).
Adriana Joosse Noorthoeck werd op 8 februari 1698 te Goes gedoopt (rk). Zij trouwde op 30 maart 1728 te Goes met Pieter Cornelisse Doen. Hun dochter Apolonia Pieterse Doen werd op 14 april 1732 te Goes gedoopt (rk).
Cornelis Adriaande de Meij en Susanna Jacobse Vermeule trouwden op 22 februari 1717 te Goes (ondertrouw 8 februari 1717).
Appolonia Jobse Verduyn overleed op 15 april 1724 te Goes. Haar weduwnaar Johannes Adriaanse de Winter hertrouwde op 24 augustus 1725 te Goes met Johanna Cornelisse Doense. Hij werd op 15 februari 1746 poorter van Goes en overleed op 6 april 1761 te Goes. Zijn tweede vrouw Johanna Cornelisse Doense overleed op 11 november 1775 te Goes.
Adriaen Janesse Pover trouwde op 9 januari 1725 te Goes met Joanna Hubreghtse Vermuen, Joanna's moeder Jacomintie Willems Rentmeester overleed te Goes op 5 januari 1735.
Geertruida Cornelisse Sneider overleed op 30 april 1727 te Goes.
Antonia Cornelisse Knuit werd op 5 juni 1731 te Goes gedoopt (rk).
Antonia Janse van der Pluijm werd op 21 maart 1734 te Goes gedoopt (rk). Haar moeder Joanna Pieterse Strobbaert overleed op 20 april 1751 te Goes en haar vader, Joannes Claasse van der Pluijm woonde kort voordat hij hertrouwde, in 1751 te Goes en trouwde met attestatie van Goes op 29 januari 1751 met zijn tweede vrouw Joanna Stoffelse van Dongen.
Cornelia Janse Vlaenderman overleed op 24 mei 1734 te Goes.
Petrus Hieronimusse de Winter en Maria van den Dries trouwden op 21 september 1735 voor de stadpastoor van Goes.
Jobina Adriaanse de Jonge (tweede echtgenote van Joannis Pieterse van 't Westeinde) werd op 3 november 1737 te Goes gedoopt (rk).
Andreas de Koster ging op 22 oktober 1791 voor de gereformeerde kerk in ondertrouw (en betaalden trouwgeld te Goes op dezelfde dag) en trouwde voor de katholieke kerk op 9 november 1791 met zijn eerste echtgenoot Anna Maria Laremans, die op 16 januari 1798 te Goes overleed. Hij woonde in 1797 te Goes, A 197, Voorstad. Hij ging op 19 april 1798 te Goes in ondertrouw met Maria Laurusse Raas en betaalde op dezelfde dag trouwgeld te Goes. Dit echtpaar woonde te Goes tot ongeveer 1800.
Tanna Cornelisse de Meij woonde te Goes voordat ze in 1802 naar 's-Heerenhoek verhuisde.
Albertus Cornelisse Pover verhuisde in 1807 van 's-Heer Arendskerke naar Goes en woonde daar in 1811 met zijn gezin (inclusief dochter Magdalena Pover) te B94. Albertus was daar op 26 mei 1808, rk, met zijn derde vrouw Elisabeth Paulina van der Laet getrouwd.
Johanna Marinusse de Jonge woonde rond 1826 vermoedelijk enige tijd bij haar oom en voogd Cornelis Janse de Jonge, die logementshouder was op de Grote Markt te Goes.
Gerard Acda (Barbara van der Pas' tweede echtgenoot) werd in 1828 te Goes beklaagd voor het stelen van appels.
Cornelis Ars was in 1859 in het Huis van Bewaring te Goes gedetineerd en in 1866 in de Strafgevangenis van Goes gedetineerd.
Dignus de Winter werd in 1873 in het Huis van Bewaring te Goes gedetineerd.
Severinus Adriaenssens was in 1907 een maan in de strafgevangenis te Goes gedetineerd. Hij overleed op 22 februari 1930 in het RK Ziekenhuis Sint Joanna, net zoals zijn zoon Jacobus Cornelis Adriaenssen (17 februari 1962).
Adriaan de Winter overleed op 22 mei 1957 in het RK Ziekenhuis Sint Joanna.
Wilhelmus Aloysius Schrieks (7 oktober 1978) overleed in verpleeghuis Maria Terweel.

Dit artikel wordt tezijnertijd aangevuld...

Zie ook een beschrijving van de stad Goes uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren

Terug naar index plaatsen